Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2023:10515

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 september 2023
Publicatiedatum
20 oktober 2023
Zaaknummer
10544497 \ WM VERZ 23-362
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden wegens onvermijdelijke handeling

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Hij stelde dat de telefoon uit de houder viel en klem zat bij de versnellingspook, waarna hij de telefoon weglegde omdat stoppen niet mogelijk was. Tijdens de zitting erkende betrokkene de gedraging, maar voerde aan dat hij geen andere optie had.

De officier van justitie handhaafde de boete en verzocht het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging bewezen was, maar achtte de omstandigheden aanleiding om de boete te matigen. Betrokkene had aannemelijk gemaakt dat de handeling onvermijdelijk was vanwege de situatie in de auto.

De boete werd daarom gematigd tot de helft, namelijk €125, met behoud van administratiekosten. Tevens werd bepaald dat de reeds betaalde zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: De boete voor het vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het rijden is gematigd tot €125.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10544497 \ WM VERZ 23-362
CJIB-nummer : 247766399
Uitspraakdatum : 19 september 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 september 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de telefoon uit de houder viel en klem zat bij de versnellingspook. Betrokkene heeft toen de telefoon weg gehaald en naast hem neergelegd. Op de zitting stelt betrokkene dat er geen andere optie was omdat er geen mogelijkheid was om langs de kant van de weg te stoppen en betrokkene precies op dat moment moest terugschakelen. Betrokkene stelt tevens dat hij de motoragent heeft zien staan. De agent stond op een verhoging van de bushalte dus hij kon daardoor goed in de auto kijken en heeft precies gezien dat ik mijn telefoon oppakte, aldus betrokkene.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
Betrokkene erkent de gedraging, zodat deze kan worden vastgesteld. In beginsel komt het voor eigen rekening en risico van betrokkene dat de telefoonhouder niet in orde was. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd echter wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene op de zitting voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de telefoon in het middenconsole van de auto is terechtgekomen en betrokkene niet anders kon dan de telefoon verplaatsen. De boete zal worden gematigd tot de helft.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 125,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: