Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2023:10531

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 oktober 2023
Publicatiedatum
20 oktober 2023
Zaaknummer
10594858 \ WM VERZ 23-410
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onterecht opgelegde boete voor stilstaan op parkeerhaven

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad of ruiterpad, terwijl hij stelde dat het weggedeelte waar zijn voertuig stond een parkeerhaven was. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

Op de zitting verscheen alleen de officier van justitie; betrokkene was afwezig. De kantonrechter beoordeelde aan de hand van foto’s dat het betwiste weggedeelte uit betonplaten bestond, zonder verhoogde afscheiding of stoeprand, en niet uitsluitend voor voetgangers bestemd was. Het was duidelijk gescheiden van het naastgelegen trottoir. Daarom kon het niet als trottoir worden aangemerkt en was de gedraging niet begaan.

De beslissing van de officier van justitie en de boetebeschikking werden vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Verzoeken om een dwangsom werden afgewezen omdat de wettelijke regeling niet van toepassing is op deze procedure. De redelijke termijn was niet overschreden. De betaalde zekerheidstelling moet aan betrokkene worden terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt gegrond verklaard en de boete vernietigd omdat het weggedeelte een parkeerhaven is en niet als trottoir kan worden aangemerkt.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaandam
Zaaknummer : 10594858 \ WM VERZ 23-410
CJIB-nummer : 246242175
Uitspraakdatum : 2 oktober 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 19 september 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken).
Betrokkene stelt in zijn beroepschrift dat er ter plaatse geen sprake is van een trottoir, maar duidelijk sprake is van een parkeerhaven. Betrokkene stelt aan de hand van meegezonden foto’s van de situatie, dat het trottoir en de trottoirband afbuigt en ter plaatse eindigt. Er is ook geen verhoogde rijbaanafscheiding meer aanwezig, maar enkel een uitsparing met betonplaten. Dit is de inrichting van een parkeerhaven, aldus betrokkene.
Beoordeeld moet worden of de locatie waar het voertuig van betrokkene stond, moet worden aangemerkt als een trottoir. Het RVV 1990 bevat geen definitie of omschrijving van het begrip “trottoir”. Bij het bepalen of een weggedeelte als trottoir moet worden aangemerkt, moet daarom worden uitgegaan van hoe het weggedeelte zich voor de gemiddelde weggebruiker voordoet. Naar het oordeel van de kantonrechter is het van betonplaten voorziene weggedeelte waarop het voertuig van betrokkene stond naar de uiterlijke verschijningsvorm niet bestemd om uitsluitend door voetgangers te worden gebruikt en kan dit dus niet worden aangemerkt als trottoir. Daarbij is van belang dat uit de foto’s in het dossier blijkt dat in het verlengde van de betonplaten aan één kant een trottoir ligt dat door een schuine opstaande stoeprand duidelijk wordt afgescheiden van de betonplaten en dat tussen de betonplaten een de naastgelegen weg geen hoogteverschil bestaat of afscheiding of stoeprand ligt. Dat betekent dat geen sprake is van een trottoir en de gedraging niet is begaan. De beslissing van de officier van justitie en het besluit waarbij de boete is opgelegd, moeten daarom worden vernietigd en het beroep is gegrond.
Betrokkene heeft een ‘Formulier dwangsom’ toegestuurd, waarmee kennelijk is bedoeld om toekenning van een dwangsom te vragen voor de procedure bij de kantonrechter. De wettelijke regeling van de dwangsom is echter niet van toepassing op de procedure en het beroep bij de kantonrechter. Er kan daarom geen vaststelling van een dwangsom plaatsvinden. Overigens is ook de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak bij de kantonrechter niet overschreden, omdat er uitspraak wordt gedaan binnen twee jaar na de gedraging waarvoor de boete is opgelegd. Ook de officier van justitie heeft binnen de wettelijke termijn van 16 weken beslist.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: