ECLI:NL:RBNHO:2023:10577
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende steunbewijs bij ontucht met minderjarige
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 10 oktober 2023 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige in maart 2021 in Haarlem. De tenlastelegging omvatte onder meer betasting en het uittrekken van de onderbroek van het slachtoffer.
De officier van justitie en de verdediging bepleitten beiden vrijspraak. De rechtbank overwoog dat zedenzaken vaak bewijstechnisch lastig zijn, omdat het vaak woord tegen woord is. Volgens artikel 342, tweede lid, Wetboek van Strafvordering mag een veroordeling niet uitsluitend gebaseerd zijn op de verklaring van één getuige zonder steunbewijs.
In deze zaak waren de aanvullende verklaringen niet gebaseerd op eigen waarneming, maar op wat zij van de aangeefster hadden gehoord, waardoor deze verklaringen uit dezelfde bron stammen als de aangifte. Hierdoor ontbrak het aan voldoende steunbewijs. De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen was en sprak verdachte vrij.
Daarnaast wees de rechtbank de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij af wegens het ontbreken van bewezenverklaring. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.