ECLI:NL:RBNHO:2023:10635
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loondoorbetalingsverplichting wegens te late inzet Spoor 2 re-integratietraject
De zaak betreft een beroep van een werkgever tegen een besluit van het UWV waarin is vastgesteld dat zij het loon van een werknemer moet doorbetalen tot 7 februari 2022 vanwege het te laat inzetten van het Spoor 2-re-integratietraject.
De werknemer was sinds 2019 ziek en er is discussie over de datum waarop hij belastbaar was voor re-integratie. Verweerder stelde dat dit op 8 april 2020 was, gebaseerd op een brief van de GZ-psycholoog. De rechtbank oordeelde echter dat deze brief geen verzekeringsgeneeskundig oordeel bevatte en dat de bedrijfsarts op 5 mei 2020 zijn professionele oordeel gaf, wat als startdatum geldt.
De werkgever had het Spoor 2-traject uiterlijk acht weken na 5 mei 2020 moeten starten, maar dit gebeurde pas op 15 juli 2020. De rechtbank verwierp de stellingen van de werkgever dat het traject eerder was gestart of dat de werknemer pas later belastbaar was. De loonsanctie is volgens de rechtbank terecht opgelegd om de werkgever te stimuleren tijdig te re-integreren.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van de werkgever ongegrond en bevestigt de loondoorbetalingsverplichting wegens te late inzet van het Spoor 2-traject.