ECLI:NL:RBNHO:2023:10650
Rechtbank Noord-Holland
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift gegrond verklaard tegen DNA-afname bij valsheid in geschrift
De rechtbank Noord-Holland behandelde een bezwaarschrift van een veroordeelde tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 van Pro de Wet DNA. De veroordeelde was veroordeeld voor het voorhanden hebben van een vals reisdocument, een feit onder artikel 231 lid 2 Sr Pro. De rechtbank overwoog dat DNA-onderzoek bij valsheid in geschrift zelden van betekenis is voor opsporing en dat de veroordeelde geen eerdere justitiële contacten heeft en inmiddels over geldige reisdocumenten beschikt.
De officier van justitie stelde dat DNA-onderzoek wel relevant kan zijn vanwege mogelijke contactsporen op valse documenten, maar de rechtbank vond dit onvoldoende om de uitzondering van artikel 2 lid 1 onder Pro b Wet DNA te verwerpen. Gezien de aard van het delict en het ontbreken van aanwijzingen voor recidivegevaar, achtte de rechtbank het bepalen en verwerken van het DNA-profiel niet van betekenis voor opsporing, vervolging of berechting.
Daarom werd het bezwaarschrift gegrond verklaard en werd de officier van justitie bevolen het afgenomen celmateriaal van de veroordeelde te vernietigen. De uitspraak werd gedaan door rechter A. Buiskool op 18 september 2023.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen DNA-afname is gegrond verklaard en het afgenomen celmateriaal moet worden vernietigd.