Eiser werd in zijn hoedanigheid als kapitein en houder van een visvergunning beboet met in totaal 14 strafpunten wegens het vissen zonder geldige vergunning met staand wand in het Brouwershavensche Gat op 17, 18 en 28 mei 2021. De rechtbank stelde vast dat eiser geen geldige vergunning had voor die data en locatie en dat de vismachtigingen die hij overlegd had niet geldig waren voor die periode.
Eiser voerde aan dat hij ten onrechte dubbel werd gestraft en dat de overtredingen hem niet konden worden verweten vanwege de complexiteit van de regelgeving. De rechtbank verwierp deze bezwaren en oordeelde dat het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing is op deze bestuursrechtelijke herstelsancties. Tevens werd overwogen dat eiser als professionele partij geacht mag worden de vergunningvoorwaarden te kennen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder bevoegd en gehouden was de strafpunten toe te kennen en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te zien. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, met een vergoeding van eenmaal griffierecht vanwege samenhangende zaken.