ECLI:NL:RBNHO:2023:10812

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 oktober 2023
Publicatiedatum
27 oktober 2023
Zaaknummer
10751631 \ VV EXPL 23-85
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 111 lid 1 RvArt. 45 lid 1 RvGerechtsdeurwaarderswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Eisers niet ontvankelijk wegens onjuiste betekening dagvaarding door deurwaarder

Eisers hebben een kort geding aangespannen tegen Stichting Parteon, waarbij zij stukken voorafgaand aan de mondelinge behandeling aan Parteon hebben overhandigd. De mondelinge behandeling vond plaats op 23 oktober 2023, maar Parteon is niet verschenen.

De kantonrechter beoordeelde of verstek verleend kon worden aan Parteon, maar oordeelde dat dit niet mogelijk was omdat Parteon niet op de juiste wijze was opgeroepen. Eisers hadden nagelaten de dagvaarding door een bevoegde deurwaarder te laten betekenen, ondanks een expliciete waarschuwing van de rechtbank.

De kantonrechter stelde vast dat de wet dwingend voorschrijft dat een dagvaarding door een deurwaarder moet worden uitgebracht, en dat de bevoegdheid van de deurwaarder niet afhankelijk is van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, maar van de Gerechtsdeurwaarderswet.

Hierdoor zijn eisers niet ontvankelijk in hun vorderingen en is de zaak niet inhoudelijk behandeld. De proceskosten worden aan eisers opgelegd, terwijl de kosten aan de zijde van Parteon nihil worden begroot.

Uitkomst: Eisers zijn niet ontvankelijk verklaard wegens onjuiste betekening van de dagvaarding door een niet-bevoegde persoon.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 10751631 \ VV EXPL 23-85
Uitspraakdatum: 30 oktober 2023
Vonnis van de kantonrechter in kort geding in de zaak van:

1.[eiser sub1]

2.
[eiser sub2 1]
3.
[eiser sub3]
4.
[eiser sub4]
5.
[eiser sub5]
6.
[eiser sub6]
7.
[eiser sub7]
8.
[eiser sub8]
[woonplaats]
eisers
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
de stichting
Stichting Parteon
gevestigd te Wormerveer
gedaagde
verder te noemen: Parteon
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
[eiser] hebben voorafgaande aan de mondelinge behandeling stukken aan Parteon overhandigd.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 oktober 2023. Parteon is niet verschenen.
1.3.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat [eiser] ter toelichting van hun standpunt naar voren hebben gebracht.

2.De beoordeling

2.1.
Omdat Parteon niet op de zitting is verschenen, moet de kantonrechter beoordelen of er verstek verleend kan worden aan Parteon. De kantonrechter oordeelt dat dit niet het geval is, omdat Parteon niet op de juiste wijze voor de mondelinge behandeling is opgeroepen. Dit wordt als volgt toegelicht.
2.2.
Op basis van de wet wordt een procedure ingeleid door middel van een dagvaarding. Deze dagvaarding dient bij exploot door een bevoegde deurwaarder aan de wederpartij te worden uitgebracht. [1]
2.3.
Ondanks dat de kantonrechter [eiser] er via een opmerking op het aanvraagformulier voor dit kort geding expliciet op heeft gewezen dat de dagvaarding betekend moet worden door een deurwaarder die ingeschreven is in het – door de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG) beheerde – register voor gerechtsdeurwaarders, hebben [eiser] dit nagelaten. Als reden hiervoor hebben [eiser] aangevoerd dat door de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren deurwaarders hun ambtelijke status zijn kwijtgeraakt en een exploot uitgebracht door een deurwaarder daardoor dezelfde waarde heeft als een dagvaarding die is uitgebracht door een ander persoon. Dit betoog faalt. Zoals onder r.o. 2.2. al is overwogen schrijft de wet voor dat het exploot van dagvaarding moet worden uitgebracht door een deurwaarder. Dit is een dwingendrechtelijke bepaling, zodat daarvan niet mag worden afgeweken. Daar komt bij dat een deurwaarder, anders dan door [eiser] is betoogd, zijn bevoegdheid om ambtshandelingen te verrichten (waaronder dus het uitbrengen van exploten) niet ontleent aan de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren, maar aan de Gerechtsdeurwaarderswet.
2.4.
Dat [eiser] hebben nagelaten de dagvaarding aan Parteon te laten betekenen door een deurwaarder brengt met zich mee dat zij niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen. Aan een inhoudelijke behandeling van de zaak wordt daardoor niet toegekomen.
2.5.
De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat zij aangemerkt moeten worden als de in het ongelijk gestelde partij. Omdat Parteon niet is verschenen, zullen de proceskosten aan de zijde van Parteon worden begroot op nihil.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart [eiser] niet ontvankelijk in hun vorderingen,
3.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de zijde van Parteon tot op heden begroot op nihil;
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Ploeger en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 111 lid 1 jo Pro artikel 45 lid 1 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering.