Airhelp vorderde compensatie van KLM Cityhopper B.V. wegens annulering van vlucht KL1551 van Amsterdam naar Leeds op 3 januari 2022. De passagier had haar vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen. De vervoerder weigerde te betalen en stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk quarantainemaatregelen voor cabine- en cockpitbemanningsleden vanwege de coronapandemie.
De kantonrechter stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was en dat de vlucht inderdaad was geannuleerd. De vervoerder kon zich niet beroepen op ziekte van personeel, maar wel op de verplichte quarantaines die het personeelsbestand aanzienlijk verminderden. Dit werd als een buitengewone omstandigheid erkend, mede gesteund door richtlijnen van de Europese Commissie.
Airhelp verwees naar jurisprudentie die een beroep op ziekte van bemanningsleden niet als buitengewone omstandigheid erkent, maar de kantonrechter oordeelde dat quarantainemaatregelen anders zijn. De vervoerder had de passagier omgeboekt naar een vlucht de volgende dag, wat als een redelijke maatregel werd beschouwd omdat de vertraging minder dan 24 uur bedroeg.
De kantonrechter concludeerde dat de vervoerder alle redelijke maatregelen had genomen om de vertraging te beperken en dat er geen compensatieplicht bestond. De vordering van Airhelp werd afgewezen en zij werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.