ECLI:NL:RBNHO:2023:10882

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 oktober 2023
Publicatiedatum
30 oktober 2023
Zaaknummer
10191539 \ CV EXPL 22-6653
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 1 onder c Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervoerder aansprakelijk voor compensatie bij annulering vlucht en onvoldoende alternatieven

Airhelp vordert compensatie namens passagiers van British Airways wegens annulering van vlucht BA441 van Amsterdam naar Londen op 11 juli 2022. De passagiers waren verdeeld in twee groepen: passagiers met een directe vlucht naar Londen en passagiers met een aansluitende vlucht naar Seoul.

British Airways betwist de vordering en beroept zich op buitengewone omstandigheden en het gebruik van een automatisch boekingssysteem voor alternatieve vluchten. De rechtbank oordeelt dat de vervoerder onvoldoende heeft aangetoond dat alle redelijke maatregelen zijn genomen om vertraging te voorkomen of te beperken. Het gebruik van een automatisch boekingssysteem is onvoldoende onderbouwd en het feit dat passagiers via een externe partij geboekt hadden, ontslaat de vervoerder niet van zijn verplichting om actief om te boeken.

De rechtbank veroordeelt British Airways tot betaling van € 2.700,00 aan Airhelp, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van de vlucht, en tot vergoeding van proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: British Airways is veroordeeld tot betaling van € 2.700,00 compensatie plus rente en proceskosten aan Airhelp wegens annulering vlucht en onvoldoende redelijke alternatieven.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10191539 \ CV EXPL 22-6653
Uitspraakdatum: 25 oktober 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
British Airways Plc
gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt

1.Het procesverloop

1.1.
Airhelp heeft bij dagvaarding van 18 oktober 2022 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3], [betrokkene 4], [betrokkene 5] en [betrokkene 6] (hierna: de passagiers sub 1) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport naar Londen Heathrow Airport (Verenigd Koninkrijk) met vlucht BA441 op 11 juli 2022.
2.2.
[betrokkene 7] en [betrokkene 8] (hierna: de passagiers sub 2) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport via Londen Heathrow Airport (Verenigd Koninkrijk) naar Incheon International Airport Seoul (Zuid-Korea) met de vluchtcombinatie BA441 en OZ522 op 11 juli 2022.
2.3.
Vlucht BA442 van Amsterdam naar Londen (hierna: de vlucht) is geannuleerd.
2.4.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
2.5.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde annulering.
2.6.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.De vordering en het verweer

3.1.
Airhelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 2.700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vluchtdatum tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
Airhelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier sub 1 en € 600,00 per passagier sub 2.
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd. Nu gesteld noch gebleken is dat de vervoerder zich kan beroepen op artikel 5 lid 1 onder Pro c van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
4.3.
De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming als gevolg van de annulering te voorkomen dan wel te beperken. Uit het arrest van het Hof van 11 juni 2020 (C-74/19) volgt dat, indien de passagier met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomt dit in beginsel geen redelijke maatregel vormt. Hierbij gaat de kantonrechter voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’ uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur. Als onbetwist staat vast dat de passagiers sub 1 zijn omgeboekt naar alternatieve vluchten naar de eindbestemming, waarmee zij 28 respectievelijk 46 uur later dan oorspronkelijk gepland zijn aangekomen.
4.4.
De passagiers zijn volgens de vervoerder omgeboekt naar de eerst beschikbare vlucht met plaats. Bij de omboeking is gebruikgemaakt van een automatisch (‘robotic’) boekingssysteem dat altijd kiest voor de eerst beschikbare vlucht. Het is volgens de vervoerder niet aannemelijk dat er eerdere alternatieve vluchten met plaats beschikbaar waren, nu deze vluchten niet door het automatische boekingssysteem naar voren zijn gekomen. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder zijn verweer op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd. Weliswaar heeft de vervoerder aangevoerd dat hij niet over de ‘flight records’ van andere luchtvaartmaatschappijen beschikt, maar dat neemt niet weg dat hij, bijvoorbeeld, schermafdrukken van het geautomatiseerde systeem en/of een onderbouwde toelichting op dit systeem had kunnen overleggen. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vervoerder naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk heeft gemaakt dat de alternatief aangeboden vluchten een redelijke maatregel vormen in de zin van bovengenoemd arrest.
4.5.
Ten aanzien van de passagiers sub 2 stelt Airhelp dat de vervoerder in het geheel geen passende maatregelen heeft getroffen, omdat de passagiers niet actief zijn omgeboekt. De vervoerder heeft hiertegen aangevoerd dat hij de passagiers heeft geadviseerd om contact op te nemen met de reisagent. De kantonrechter overweegt als volgt. Het feit dat een boeking via een externe partij is gemaakt, neemt niet weg dat de vervoerder de passagier(s) zelf actief dient om te boeken. Het feit dat in het geval van een annulering verplichtingen rusten op de luchtvaartmaatschappij die voornemens was de vlucht uit te voeren draagt bij aan een effectieve toepassing van de Verordening. Nu niet is gebleken dat de vervoerder de passagiers sub 2 een redelijke alternatieve vlucht heeft aangeboden (dan wel de ticketprijs van de geannuleerde vlucht aan de passagiers heeft terugbetaald), is de kantonrechter van oordeel dat de vervoerder niet alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming als gevolg van de annulering te voorkomen dan wel te beperken.
4.1.
Het voorgaande betekent dat ook indien op enig moment vast zou komen vast te staan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder gehouden is de compensatie te betalen in verband met de vertraging op de eindbestemming.
4.2.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
4.3.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze ongelijk krijgt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
4.4.
Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door Airhelp worden gemaakt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 2.700,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 125,03;
griffierecht € 487,00;
salaris gemachtigde € 464,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 66,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door Airhelp worden gemaakt;
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter