ECLI:NL:RBNHO:2023:10886

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 oktober 2023
Publicatiedatum
30 oktober 2023
Zaaknummer
10225022 \ CV EXPL 22-7057
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EG) nr. 261/2004artikel 5 lid 1 onder c Verordening (EG) nr. 261/2004artikel 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004artikel 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieclaim wegens vluchtannulering door capaciteitsreductie luchthaven

AirHelp vorderde compensatie van British Airways wegens de annulering van vlucht BA439 van Amsterdam naar Londen op 18 juli 2022. De passagier had haar vorderingsrecht aan AirHelp overgedragen. British Airways stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk capaciteitsproblemen door personeelstekort op Londen Heathrow.

De kantonrechter stelde vast dat de Nederlandse rechter bevoegd was en dat de vlucht daadwerkelijk was geannuleerd. British Airways overhandigde bewijs, waaronder een verklaring van de CEO van Londen Heathrow en een NOTAM, waaruit bleek dat de luchthavencapaciteit was verminderd. Dit vormde een geslaagd beroep op buitengewone omstandigheden.

Hoewel AirHelp stelde dat de annulering een operationele keuze was, oordeelde de kantonrechter dat dit niet uitsluit dat de capaciteitsreductie de oorzaak was. British Airways had bovendien alle redelijke maatregelen getroffen om vertraging te beperken. Daarom werd de vordering afgewezen en AirHelp veroordeeld tot betaling van proceskosten en nakosten.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtannulering wordt afgewezen omdat de vervoerder zich terecht op buitengewone omstandigheden heeft beroepen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10225022 \ CV EXPL 22-7057
Uitspraakdatum: 18 oktober 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
British Airways Plc
gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt

1.Het procesverloop

1.1.
Airhelp heeft bij dagvaarding van 14 november 2022 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.
1.2.
Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport via Londen Heathrow Airport (Verenigd Koninkrijk) naar John F Kennedy Airport New York (Verenigde Staten) met de vluchtcombinatie BA439 en AA141 op 18 juli 2022.
2.2.
Vlucht BA439 van Amsterdam naar Londen (hierna: de vlucht) is geannuleerd.
2.3.
De passagier heeft haar eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
2.4.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde annulering.
2.5.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.De vordering en het verweer

3.1.
Airhelp vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vluchtdatum tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
Airhelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 600,00.
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Niet in geschil is dat de vlucht is geannuleerd. Nu gesteld noch gebleken is dat de vervoerder zich kan beroepen op artikel 5 lid 1 onder Pro c van de Verordening, geldt er in beginsel een compensatieplicht voor de vervoerder. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
4.3.
De vraag die voorligt is of de vervoerder met de door hem overgelegde producties en zijn toelichting daarop voldoende heeft aangetoond dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.
4.4.
De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat de luchthaven Londen Heathrow in de zomer van 2022 te kampen had met congestieproblemen. Er was sprake van een groot tekort aan luchthavenpersoneel. Dit heeft er toe geleid dat luchtvaartmaatschappijen 10-15% van hun vluchten diende te annuleren. Ter onderbouwing van zijn beroep op buitengewone omstandigheden heeft de vervoerder onder meer een verklaring van de CEO van Londen Heathrow en een NOTAM overgelegd. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder daarmee voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de capaciteit van de luchthaven Londen Heathrow op 18 juli 2022 naar beneden is bijgesteld.
4.5.
Het is in het geval van een capaciteitsreductie aan de vervoerder om aan te tonen dat hij, gelet op de duur en de mate van de restricties, geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. Volgens Airhelp heeft de vervoerder onvoldoende onderbouwd waarom hij specifiek de vlucht in kwestie heeft geannuleerd. De annulering is dan ook aan te merken als een operationele keuze van de vervoerder, aldus Airhelp. De vervoerder heeft hiertegen aangevoerd dat hij bij het annuleren van vluchten met verschillende factoren rekening houdt. In het onderhavige geval was volgens de vervoerder doorslaggevend dat de geannuleerde vlucht BA439 een korte-afstandsvlucht betreft en dat deze route meerdere keren per dag wordt uitgevoerd.
4.6.
De kantonrechter is alles bij elkaar genomen van oordeel dat de vervoerder in onderhavige zaak een geslaagd beroep kan doen op buitengewone omstandigheden. De omstandigheid dat bij de beslissing tot het annuleren van specifieke vluchten wellicht (ook) een operationeel aspect heeft meegespeeld, betekent niet automatisch dat het annuleren van vluchten als gevolg van een capaciteitsreductie inherent is aan de normale uitoefening van de activiteiten van een vervoerder.
4.7.
De vraag die vervolgens voorligt is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging ten gevolge van de annulering te voorkomen dan wel te beperken. De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat hij er alles aan heeft gedaan om de passagier zo snel mogelijk naar de overeengekomen eindbestemming te vervoeren. Airhelp heeft dit niet betwist. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen. In de gegeven omstandigheden kon er niet meer van de vervoerder worden verwacht. Gelet op het voorgaande zal de vordering van Airhelp worden afgewezen.
4.8.
De proceskosten komen voor rekening van Airhelp, omdat deze ongelijk krijgt. Ook de nakosten komen voor rekening van Airhelp, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt Airhelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 264,00 salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt Airhelp tot betaling van € 66,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter