ECLI:NL:RBNHO:2023:10897

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
1 maart 2023
Publicatiedatum
30 oktober 2023
Zaaknummer
10200801 \ CV EXPL 22-6741
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nakoming betalingsverplichting na mislukte koop auto en vergoeding werkzaamheden

De eisende partij en de gedaagde sloten een overeenkomst waarbij de eisende partij een auto van de gedaagde mocht gebruiken met het doel deze te kopen. De auto werd voorafgaand aan de koop op naam van de eisende partij gezet, waarna zij diverse werkzaamheden aan de auto verrichtte. De koop is uiteindelijk niet doorgegaan.

De eisende partij vorderde betaling van €1.450, vermeerderd met wettelijke rente, omdat de gedaagde een eerdere toezegging om €1.950 te betalen slechts gedeeltelijk had nagekomen. De gedaagde erkende de toezegging in aanwezigheid van de politie, maar stelde dat het bedrag niet redelijk was en dat hij alleen had toegezegd te betalen om de auto terug te krijgen.

De kantonrechter oordeelde dat gemaakte afspraken nagekomen moeten worden en dat de gedaagde tekort is geschoten in de nakoming door niet volledig te betalen. De vordering tot betaling van de hoofdsom en de wettelijke rente werd daarom toegewezen. Tevens werden de proceskosten aan de gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.450 met wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10200801 \ CV EXPL 22-6741
Uitspraakdatum: 1 maart 2023
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde mr. E. Doornbos
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats 2]
de gedaagde partij
procederend in persoon

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft bij dagvaarding van 30 september 2022 een vordering tegen de gedaagde partij ingesteld. De gedaagde partij heeft mondeling geantwoord.
1.2.
De eisende partij heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna de gedaagde partij een mondelinge reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
De eisende partij heeft met de gedaagde partij een overeenkomst gesloten op grond waarvan de eisende partij in het kader van haar rijschool gebruik mocht maken van een auto van de gedaagde partij met het doel om de auto te kopen.
2.2.
De auto is voorafgaand aan de koop op naam van de eisende partij gezet.
2.3.
De eisende partij heeft diverse werkzaamheden aan de auto verricht.
2.4.
De koop is niet doorgegaan.

3.De vordering

3.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van
€ 1.450,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
3.2.
De eisende partij heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat de gedaagde partij heeft toegezegd om een vergoeding van € 1.950,00 te betalen voor de werkzaamheden die de eisende partij aan de auto heeft uitgevoerd. De gedaagde partij heeft een bedrag van € 500,00 voldaan en voor het overige geweigerd tot betaling over te gaan. De gedaagde partij is daarmee tekortgeschoten in de nakoming van de (mondelinge) overeenkomst.

4.Het verweer

4.1.
De gedaagde partij betwist de vordering. Hij erkent dat hij (in het bijzijn van de politie) heeft toegezegd om een bedrag van € 1.950,00 te betalen, maar komt hier nu op terug. Het gevorderde bedrag is volgens de gedaagde partij niet redelijk. De kosten hebben grotendeels betrekking op een navigatiesysteem dat de eisende partij ongevraagd in de auto heeft geïnstalleerd. De gedaagde partij voert aan dat hij enkel heeft toegezegd om een bedrag van € 1.950,00 te voldoen zodat hij zijn auto terug zou krijgen. Nu hij zijn auto terug heeft, gaat hij niet meer betalen. De eisende partij kan haar navigatiesysteem terug krijgen, aldus de gedaagde partij.

5.De beoordeling

5.1.
Partijen hebben in het bijzijn van de politie afspraken gemaakt omtrent de afwikkeling van de mislukte koop van de auto. De eisende partij heeft daarbij toegezegd om, na ontvangst van de auto, een bedrag van € 1.950,00 aan de eisende partij te betalen. Als onbetwist staat vast dat de eisende partij de auto, conform afspraak, onder afgifte van de tenaamstellingspapieren en de sleutels aan de gedaagde partij heeft overgedragen.
5.2.
Het uitgangspunt in het Nederlandse recht is dat eenmaal gemaakte afspraken moeten worden nagekomen. De kantonrechter gaat daarom voorbij aan het verweer van de gedaagde partij dat de overeengekomen afspraken niet redelijk zijn. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de gedaagde partij, door niet (volledig) te betalen, tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. De vordering tot betaling van de hoofdsom ligt dan ook voor toewijzing gereed.
5.3.
De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
5.4.
De proceskosten komen voor rekening van de gedaagde partij, omdat hij ongelijk krijgt.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.450,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 september 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
6.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 127,43;
griffierecht € 214,00;
salaris gemachtigde € 398,00;
6.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter