Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[gedaagde 1]
2.[gedaagde 2]
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.De vordering en het verweer
- voor recht verklaart dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tekort schieten in de nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van de huurovereenkomst,
- de huurovereenkomst ontbindt,
- [gedaagde 2] veroordeelt de woning, binnen twee maanden na de datum van ontbinding van de huurovereenkomst, te ontruimen op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag met een maximum van € 2.500,00,
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot aan de datum van ontruiming veroordeelt tot betaling van een gebruiksvergoeding van € 3.296,00 per maand,
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] veroordeelt tot betaling van de huurachterstand die tot en met oktober 2023 € 23.280,00 bedraagt,
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] veroordeelt tot betaling van € 1.196,00 aan schade per maand, althans het verschil tussen € 3.296,00 en het bedrag dat [eiseres] uit de onderhuurovereenkomsten ontvangt, vanaf de maand volgend op de ontruiming en totdat alle onderhuurovereenkomsten zijn geëindigd,
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gebiedt de kamerverhuur binnen twee weken na betekening van dit vonnis te beëindigen, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag,
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] veroordeelt tot betaling van € 625,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,
- [gedaagde 1] en [gedaagde 2] veroordeelt tot betaling van de kosten van deze procedure en de beslagkosten.