ECLI:NL:RBNHO:2023:11223

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 september 2023
Publicatiedatum
8 november 2023
Zaaknummer
10619059 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke gegrondverklaring beroep tegen boete voor niet-verzekerde bromfiets met matiging boete

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een bromfiets. Betrokkene voerde aan dat de bromfiets al een jaar niet in gebruik was en het kenteken was geschorst, maar door persoonlijke omstandigheden was de schorsing niet verlengd.

De officier van justitie handhaafde de boete, maar stelde voor deze te matigen tot de helft. De kantonrechter stelde vast dat de gedraging voldoende was komen vast te staan omdat het voertuig op de betreffende datum niet verzekerd was. De zorgplicht voor tijdige schorsing ligt bij de kentekenhouder, ongeacht het al dan niet ontvangen van waarschuwingen.

Gezien de persoonlijke omstandigheden van betrokkene volgde de kantonrechter het voorstel van de officier van justitie en matigde de boete tot €185, met handhaving van de administratiekosten. Tevens werd bepaald dat de betaalde zekerheidstelling aan betrokkene wordt terugbetaald.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete gematigd tot €185,00 met handhaving van administratiekosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10619059 \ WM VERZ 23-506
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 13 september 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 september 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de bromfiets het al een jaar niet doet. Om die reden is het kenteken geschorst. Het is betrokkene, vanwege persoonlijke omstandigheden, ontgaan om de schorsing te verlengen.
2.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en de boete te matigen tot de helft.
2.4.
De kantonrechter overweegt dat de gedraging vast staat, omdat het voertuig op de genoemde datum inderdaad niet verzekerd is geweest. Dat betekent dat een sanctie kon worden opgelegd. Een kentekenhouder is verantwoordelijk voor de tijdige schorsing van een voertuig en moet dit zelf in de gaten houden. De omstandigheid dat de betrokkene geen of niet tijdig een waarschuwing van de RDW heeft ontvangen heft de zorgplicht niet op. Betrokkene heeft een beroep gedaan op de persoonlijke omstandigheden en dit geeft de kantonrechter aanleiding om het voorstel van de vertegenwoordiger van de officier van justitie te volgen. De boete zal worden gematigd tot € 185,00 (met handhaving van de administratiekosten).
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 185,00 (met handhaving van de administratiekosten);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: