ECLI:NL:RBNHO:2023:11227

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 september 2023
Publicatiedatum
8 november 2023
Zaaknummer
10643818 WM
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen boete voor niet dragen autogordel wegens twijfel aan waarneming verbalisanten

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet dragen van een autogordel als bestuurder of passagier. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter.

Tijdens de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was afwezig. Betrokkene voerde aan dat hij wel degelijk de gordel droeg en wees op tegenstrijdige verklaringen van twee verbalisanten. Eén verbalisant stelde dat betrokkene geen gordel droeg, de ander dat dit wel het geval was. Daarnaast gaf betrokkene een nadere schriftelijke toelichting.

De kantonrechter overwoog dat in WAHV-zaken de verklaring van een verbalisant in principe voldoende is voor vaststelling van de overtreding, tenzij betrokkene specifieke feiten aandraagt die twijfel rechtvaardigen. Gezien de tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van een nadere toelichting van de verbalisanten, kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat betrokkene geen gordel droeg. Daarom kreeg betrokkene het voordeel van de twijfel en werd het beroep gegrond verklaard. De boete en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet dragen van een autogordel wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10643818 \ WM VERZ 23-551
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 20 september 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
[gemachtigde]

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 september 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

2.Overwegingen

2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder of passagier geen gebruik maken van een autogordel.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat hij wel de gordel droeg. Er waren twee verbalisanten en ter plaatste voerde zij onderling een discussie. De ene verbalisant gaf aan dat betrokkene geen gordel omhad en de andere verbalisant gaf aan dat betrokkene wel een gordel omhad. In een e-mail van 11 september 2023 heeft betrokkene nog een extra toelichting gegeven.
2.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“(…) Gedragingsgegevens: Ik zag dat de gordel ongebruikt langs de deurstijl van het voertuig hing. (…)”
Betrokkene heeft specifieke omstandigheden aangevoerd die vragen oproepen over de waarneming van de verbalisant(en). De toelichting in het zaakoverzicht is niet voldoende gelet op hetgeen betrokkene heeft aangevoerd. Een nadere toelichting van de verbalisant was zodoende op zijn plaats geweest. Nu deze niet voorhanden is, kan niet met zekerheid worden gesteld dat de betrokkene geen gordel droeg. De kantonrechter acht het in deze fase van de procedure niet aangewezen om de officier van justitie alsnog te verzoeken om een aanvullend proces-verbaal van de verbalisant in het geding te brengen. Betrokkene krijgt het voordeel van de twijfel. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: