Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.Overwegingen
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet dragen van een autogordel als bestuurder of passagier. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond of niet-ontvankelijk verklaarde. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter.
Tijdens de zitting verscheen alleen de vertegenwoordiger van de officier van justitie; betrokkene was afwezig. Betrokkene voerde aan dat hij wel degelijk de gordel droeg en wees op tegenstrijdige verklaringen van twee verbalisanten. Eén verbalisant stelde dat betrokkene geen gordel droeg, de ander dat dit wel het geval was. Daarnaast gaf betrokkene een nadere schriftelijke toelichting.
De kantonrechter overwoog dat in WAHV-zaken de verklaring van een verbalisant in principe voldoende is voor vaststelling van de overtreding, tenzij betrokkene specifieke feiten aandraagt die twijfel rechtvaardigen. Gezien de tegenstrijdige verklaringen en het ontbreken van een nadere toelichting van de verbalisanten, kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat betrokkene geen gordel droeg. Daarom kreeg betrokkene het voordeel van de twijfel en werd het beroep gegrond verklaard. De boete en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet dragen van een autogordel wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.