Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- van 2006 tot begin 2017 heeft de verdachte in de horeca gewerkt en daar contant fooi ontvangen. Deze fooi heeft zij opgespaard;
- zij ontving geld van [naam 3] (hierna: [naam 3] ), de vader van haar zoon. Zij heeft Colombiaanse wisselbewijzen als bewijs hiervan overgelegd. Ook ontving zij geld van vijf andere niet bij naam genoemde mannen;
- zij heeft geld uitgeleend aan (niet bij naam genoemde) familie in Colombia, dat zij met rente heeft teruggekregen. Dit bedrag heeft ze op 3 juli 2018 omgewisseld naar € 20.000 en in twee gedeeltes meegenomen naar Nederland.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Verbeurdverklaring
nietzijnde herenkleding, -schoenen of -accessoires verbeurdverklaard dienen te worden. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat deze goederen aan de verdachte toebehoren en geheel of grotendeels door middel van het bewezenverklaarde feit zijn verkregen.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
14 (veertien) maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 4 (vier) maanden,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op 2 jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.