Regio-bouw vordert betaling van een aanneemsom van circa €218.000 van [gedaagde], stellende dat met hem een aannemingsovereenkomst is gesloten voor de bouw van een woning. [gedaagde] betwist de ondertekening van deze overeenkomst en voert aan dat de handtekening vervalst is, gesteund door een deskundigenrapport.
De rechtbank overweegt dat het deskundigenrapport weinig waarde heeft omdat het enkel vaststelt dat de handtekening afwijkt, maar niet wie deze heeft gezet. Regio-bouw brengt verklaringen in van twee betrokkenen die aanwezig zouden zijn geweest bij de ondertekening, wat wijst op een mogelijke vervalsing door [gedaagde] zelf.
Er is een feitelijke samenhang tussen de bouw van drie woningen, wat Regio-bouw steunt in haar stelling dat ook met [gedaagde] een overeenkomst is gesloten. [gedaagde] betwist dit en wijst op belangenverstrengeling en gelijke schrijfstijl in verklaringen.
De rechtbank concludeert dat Regio-bouw voldoende concreet heeft gesteld dat de handtekening van [gedaagde] afkomstig is, maar dat dit nog niet vaststaat door de betwisting. Daarom wordt Regio-bouw toegestaan nader bewijs te leveren, onder meer door getuigen te laten horen.
De verdere beslissing wordt aangehouden, inclusief de reconventionele vordering van [gedaagde] tot vergoeding van expertisekosten.