De verdachte, moeder van een tweejarige zoon, heeft haar kind zonder toestemming van de vader meegenomen van Nederland naar Parijs met de intentie om samen naar Egypte te reizen. De vader oefende samen met de moeder het ouderlijk gezag uit en had geen toestemming gegeven voor deze reis.
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte het kind onttrokken heeft aan het wettig gezag, mede gelet op de onduidelijke en wisselende verklaringen van de verdachte over de toestemming en het Egyptische paspoort. De verklaring van de verdachte werd als ongeloofwaardig verworpen.
De verdachte is strafbaar en de rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van 36 dagen, gelijk aan het reeds ondergane voorarrest. De rechtbank wijst een vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij af wegens onvoldoende onderbouwing. De voorlopige hechtenis wordt opgeheven met onmiddellijke ingang.