Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
(hierna feit 1) ten laste gelegd dat:
hierna feit 2), na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 313 van Pro het Wetboek van Strafvordering, ten laste gelegd dat:
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
tijdhad om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld. De rechter kan echter aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toekennen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad pas tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat. Zo kunnen bepaalde omstandigheden (of een samenstel daarvan) de rechter uiteindelijk tot het oordeel brengen dat de verdachte in het gegeven geval niet met voorbedachte raad heeft gehandeld.
Ik bereik een dusdanig punt dat zelfs jij mij niet kunt tegenhouden. Dat zelfs als mijn vader zijn graf uit zou komen, hij het niet zal kunnen redden. Wat moet gebeuren zal
geenhandschoenen draagt. Vervolgens is diezelfde avond besloten om naar een afgelegen plek naar Spaarnwoude te gaan en heeft de verdachte een vuurwapen en handschoen(en) meegenomen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Beslag
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
€ 41.105,85ingediend tegen verdachte wegens vermogensschade en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1. ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit:
€ 44.061,91ingediend tegen verdachte wegens vermogensschade en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 1. ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag. De gestelde schade bestaat uit:
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
TWINTIG (20) JAREN.
[naam 1]geleden schade tot een bedrag van
€ 40.335,85, bestaande uit € 335,85 als vergoeding voor de materiële en € 40.000,-- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [naam 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[naam 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 40.335,85, en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening. Bepaalt de duur van de gijzeling op maximaal
236 dagenindien volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 6:4:4, 6:4:5 en 6:4:6 Sv niet mogelijk blijkt.
[naam 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 43.291,91, bestaande uit € 3.291,91 als vergoeding voor de materiële en € 40.000,-- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [naam 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
251 dagenindien volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 6:4:4, 6:4:5 en 6:4:6 Sv niet mogelijk blijkt.