ECLI:NL:RBNHO:2023:11832

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 februari 2023
Publicatiedatum
22 november 2023
Zaaknummer
10266614 \ WM VERZ 23-8
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3, tweede lid WahvArt. 5 WahvArt. 9 WahvArt. 14 Wahv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete wegens het oprijden van de weg vanuit een uitrit zonder voorrang te verlenen

Betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd wegens het oprijden van de weg vanuit een uitrit zonder het andere verkeer voor te laten gaan. Betrokkene betwist de gedraging en stelt dat hij veilig kon oprijden zonder het andere voertuig te hinderen. De officier van justitie handhaaft de boete en het beroep bij de rechtbank wordt behandeld op 13 februari 2023.

De kantonrechter overweegt dat de gedraging voldoende is vastgesteld op basis van het proces-verbaal en de verklaring van de ambtenaren. Vanwege een dringende melding konden de agenten geen staandehouding verrichten, waardoor de sanctie terecht aan de kentekenhouder is opgelegd. Het verweer van betrokkene en zijn gemachtigde wordt niet gegrond bevonden.

De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen en verklaart het beroep ongegrond. Tevens worden geen proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het oprijden van de weg vanuit een uitrit zonder voorrang te verlenen wordt ongegrond verklaard en de boete wordt niet gematigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10266614 \ WM VERZ 23-8
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 13 februari 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 februari 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. A. Khadri is namens gemachtigde verschenen.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: uit een uitrit de weg oprijden zonder het andere verkeer voor te laten gaan.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en gemachtigde heeft in het beroepschrift kort samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is begaan. Betrokken kwam van een oprit af en zag een voertuig links aankomen, met lage snelheid. Betrokkene kon veilig de uitrit afrijden zonder het voertuig te hinderen. Het voertuig bleef kort op betrokkene rijden en betrokkene zag dat het een politieauto was. De auto is ongeveer twee kilometer lang achter betrokkene blijven rijden en is toen naar rechts afgeslagen. De agenten hadden betrokkene makkelijk staande kunnen houden, betrokkene heeft de agenten niet gehinderd en ze hadden geen haast, dus van een melding kan geen sprake zijn. Ter zitting is het beroepschrift namens gemachtigde toegelicht.
Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
De gegevens waarop de ambtenaren zich bij de oplegging van de sanctie hebben gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens:
“ik, verbalisant, zag dat betrokken voertuig een uitrit verliet. Wij reden op de doorgaande weg en het voertuig verleende ons geen voorrang. (…)
Reden geen staandehouding: i.v.m. melding.”
In het dossier bevindt zich voorts een proces-verbaal van bevindingen van 2 juni 2022, waarin de ambtenaren op ambtsbelofte verklaren:
“Wij konden geen staandehouding verrichten vanwege het tijdsbelang van een conflictmelding waarbij een melder, een volwassen man, een dertienjarige jongen had vastgepakt. Doordat dit een risico op escalatie kon zijn was dit voor ons ook een noodzaak om door te rijden naar de melding.”
Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt zodat aan hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
De kantonrechter gaat er in dit geval van uit dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Uit de verklaring van de ambtenaren in het proces-verbaal van bevindingen volgt dat zij onderweg waren naar een melding met hogere prioriteit waarbij politie inzet direct noodzakelijk was.
Op grond daarvan acht de kantonrechter aannemelijk dat er voor de ambtenaar op dat moment geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder bestond, zodat de ambtenaar terecht met toepassing van artikel 5 van Pro de Wahv de sanctie aan de betrokkene als kentekenhouder heeft opgelegd. Het verweer van de gemachtigde treft geen doel.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. de Valk, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: