ECLI:NL:RBNHO:2023:11854

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 februari 2023
Publicatiedatum
22 november 2023
Zaaknummer
10266706 \ WM VERZ 23-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3, tweede lid, WahvArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor stilstaan op voetpad

Betrokkene, Volkswagen Pon Financial Services B.V., heeft beroep ingesteld tegen een administratieve sanctie wegens stilstaan op een trottoir, voetpad of fietspad. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelt dat de gedraging voldoende is komen vast te staan op basis van het zaakoverzicht en een aanvullend proces-verbaal waarin een ambtenaar bevestigt dat het voertuig op het voetpad stond. Hoewel de foto in het dossier donker is en slechts de contouren van het voertuig toont, leidt dit niet tot vernietiging van de sanctie omdat het bewijs wordt geleverd door de visuele waarneming van de ambtenaar.

De locatie is voldoende aangeduid met de straatnaam en betrokkene heeft niet aannemelijk gemaakt dat de exacte locatie niet kon worden achterhaald. Er is geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om proceskosten wordt afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor stilstaan op het voetpad wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10266706 \ WM VERZ 23-24
CJIB-nummer : [nummer 1]
Uitspraakdatum : 13 februari 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : Volkswagen Pon Financial Services B.V.
adres : Saturnus 1
woonplaats : 3824 ME Amersfoort (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 13 februari 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. A. Khadri is namens gemachtigde verschenen.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en gemachtigde heeft in het beroepschrift kort samengevat aangevoerd dat de foto’s in het dossier niet voldoende duidelijkheid bieden om de gedraging vast te stellen. Daar zijn ze te donker voor. Gemachtigde verwijst in verband daarmee naar een tweetal arresten en een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Ook bevat het dossier onvoldoende informatie over de exacte pleeglocatie. Parkeervakken kunnen worden aangezien voor trottoir op die locatie. Ter zitting is namens gemachtigde het beroepschrift nader toegelicht.
Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Gedragingsgegevens: het voertuig stond geparkeerd op een weggedeelte dat is bestemd voor het verkeer van voetgangers, zijnde een voetpad c.q. trottoir. (…)
Bijlagen: een fotografische opname. (…)”
In het aanvullend proces-verbaal van 4 april 2022 heeft de ambtenaar die de onderhavige gedraging heeft geconstateerd – zakelijk weergegeven – verklaard dat ter plaatse sprake is van een trottoir en dat de weg hiertoe op een juiste wijze is ingericht.
Foto’s van een gedraging behoren – als deze zijn gemaakt – tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. Wanneer een foto van de gedraging is gemaakt, moet daarvan melding worden gemaakt in het zaakoverzicht (vgl. het arrest van dit hof van 2 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1050). De foto in het dossier is donker en toont slechts de contouren van het voertuig. Tot vernietiging van de sanctie hoeft dat echter niet te leiden. Het bewijs wordt in geleverd door de visuele waarneming van de ambtenaar zoals opgenomen in het zaakoverzicht en de bevestiging van die waarneming in voornoemd aanvullend proces-verbaal.
Naar het oordeel van de kantonrechter is met de aanduiding “Beekvlietstraat” de pleeglocatie voldoende aangeduid. De gemachtigde heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij met de eveneens in het dossier aanwezige gegevens die betrekking hebben op de datum en het tijdstip van de gedraging, de exacte locatie van de hier verweten parkeerovertreding niet heeft kunnen achterhalen.
De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. de Valk, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: