Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2023:11860

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 maart 2023
Publicatiedatum
22 november 2023
Zaaknummer
10300732 \ WM VERZ 23-162
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 3:41 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding beroepstermijn bij administratieve boete

Rwe Power Ag is een administratieve boete opgelegd wegens het rijden van 5 km per uur te hard op een autosnelweg buiten de bebouwde kom. Tegen deze boete heeft Rwe Power Ag beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde Rwe Power Ag beroep in bij de kantonrechter.

De zaak werd behandeld op 8 maart 2023, waarbij de gemachtigde van Rwe Power Ag niet verscheen. De officier van justitie handhaafde haar standpunt en verzocht om niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.

De kantonrechter overwoog dat het beroep binnen zes weken na toezending van de beslissing bij de officier van justitie had moeten worden ingesteld. De beslissing was op 14 mei 2022 aan Rwe Power Ag toegestuurd, waardoor de beroepstermijn eindigde op 25 juni 2022. Het beroepschrift werd echter pas op 1 september 2022 ingediend, wat te laat is. Omdat Rwe Power Ag geen verschoonbare redenen voor de overschrijding aanvoerde, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het beroep van Rwe Power Ag is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare redenen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10300732 \ WM VERZ 23-162
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 8 maart 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : Rwe Power Ag
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats] Duitsland(hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : Rwe Power Ag

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 8 maart 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 5 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
De kantonrechter overweegt als volgt. Tegen de beslissing van de officier van justitie kan binnen zes weken beroep worden ingesteld. Dat volgt uit artikel 9, eerste lid, van de WAHV en de artikelen 3:41, 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De termijn voor het instellen van beroep begint op de dag die volgt op de dag waarop de beslissing aan de betrokkene is toegestuurd. Uit artikel 6:9 van Pro de Awb volgt dat een beroepschrift dat binnen een week na het aflopen van de beroepstermijn per post binnenkomt nog op tijd is, zolang het beroepschrift maar voor het einde van de termijn op de post is gedaan. De beslissing van de officier van justitie is op 14 mei 2022 aan betrokkene toegestuurd. De beroepstermijn eindigde dus op 25 juni 2022. Het beroepschrift is ingediend op 1 september 2022. Het beroep is dan ook niet tijdig ingesteld.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt – kort gezegd – dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld. Betrokkene voert echter geen redenen aan voor het te laat instellen van het beroep.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft betrokkene daarom onvoldoende aannemelijk kunnen maken dat de overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar is in de zin van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep van betrokkene is niet-ontvankelijk.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Kanninga-Jonker, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: