Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
eisende partijen,
1.De procedure
- de producties 1 t/m 27 van de zijde van de curator,
- de pleitaantekeningen van de curator.
Rechtbank Noord-Holland
Eisers, vennoten van een failliete vennootschap onder firma, vorderden in kort geding dat de curator de verkoop van twee woningen zou heronderhandelen om een hogere marktconforme prijs te realiseren. De woningen waren verkocht voor € 982.500,- terwijl eisers een minimale verkoopprijs van € 1.125.000,- nastreefden. Eisers stelden dat de curator niet voldoende rekening hield met hun belangen en andere geïnteresseerden niet de kans gaf een bod uit te brengen.
De curator voerde verweer dat de verkoop rechtsgeldig was, met toestemming van de rechter-commissaris en boven de executiewaarde en laatprijs lag. Eisers hadden de mogelijkheid om binnen vijf dagen tegen de toestemming in hoger beroep te gaan, maar hadden dit niet gedaan. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek geen spoedeisend belang had en dat de vorderingen in de bodemprocedure onvoldoende kans van slagen boden.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen af en veroordeelde eisers in de proceskosten. De rechter benadrukte dat geschillen over de verkoopprijs en onderhandelingen aan de rechter-commissaris toekomen en dat de curator gebonden is aan de toestemming van deze rechter. De levering van de woningen stond gepland op 8 januari 2024.
Uitkomst: De vorderingen van eisers worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.