Verzoekster heeft een uitkering op grond van de Participatiewet aangevraagd na verhuizing naar de gemeente Heemskerk. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen wegens schending van de medewerkings- en inlichtingenplicht, onder meer omdat verzoekster niet wilde meewerken aan een onaangekondigd huisbezoek en tegenstrijdige verklaringen gaf over het huurcontract.
Verzoekster heeft tegen deze afwijzing bezwaar gemaakt en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om de uitkering per aanvraagdatum beschikbaar te stellen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op zitting behandeld en beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter oordeelt dat bij financiële geschillen doorgaans geen spoedeisend belang bestaat, tenzij er sprake is van een onomkeerbare situatie of acute financiële nood. Verzoekster stelde dat zij schulden heeft en afhankelijk is van de bijstand, maar verweerder wees op een recente storting van € 2.000 op haar rekening en de verwachting dat de beslissing op bezwaar spoedig volgt.
Gezien het ontbreken van acute financiële nood, de financiële ondersteuning door meerderjarige kinderen en het ontbreken van een dreigende ontruiming, concludeert de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang ontbreekt. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.