Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de sluiting van zijn bedrijfspand door de burgemeester van Zaanstad op grond van artikel 174a van de Gemeentewet en de Algemene Plaatselijke Verordening (Apv). De sluiting vond plaats vanwege de vondst van vermoedelijke designer drugs in het pand tijdens controles door toezichthouders en politie.
De burgemeester sloot het pand aanvankelijk van 13 tot 27 oktober 2023 en verlengde de sluiting tot 24 november 2023 om het onderzoek af te ronden en de openbare orde te waarborgen. Tijdens de procedure gaf de burgemeester aan dat de juridische grondslag van de besluiten gewijzigd zou worden naar artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, omdat de oorspronkelijke grondslagen niet toepasbaar bleken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening moest worden afgewezen vanwege het ontbreken van een voldoende spoedeisend belang. Verzoeker kon geen financiële noodsituatie aantonen en er restten nog acht dagen sluiting. Bovendien bood de burgemeester aan het pand tijdelijk te openen om werkmateriaal en goederen te verwijderen.
De uitspraak is gedaan op 16 november 2023 en bindt niet in een bodemprocedure. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.