Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2023:12064

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 september 2023
Publicatiedatum
28 november 2023
Zaaknummer
10618594 \ WM VERZ 23-434
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHVArt. 78 RVV1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete wegens niet volgen voorsorteerstrook op kruispunt

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het niet volgen van de richting die de voorsorteerstrook op een kruispunt aangeeft. Betrokkene stelde dat hij voertuigen links had ingehaald en uit veiligheidsoverwegingen op de rijbaan voor linksaf was gekomen, zonder de intentie linksaf te slaan. De officier van justitie wijzigde de feitcode, maar handhaafde de boete.

Tijdens de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, betrokkene niet. De kantonrechter oordeelde dat uit de dossierstukken, met name foto’s, voldoende blijkt dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Artikel 78 RVV1990 verplicht bestuurders de voorsorteerstrook te volgen om de verkeersveiligheid te bevorderen. Betrokkene had de gekozen rijrichting moeten blijven volgen en het maken van een inhaalmanoeuvre voor het kruispunt was voor zijn eigen risico.

De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. Tegen de uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, mits de boete hoger is dan €110. De procedure in hoger beroep is schriftelijk, tenzij mondelinge behandeling wordt verzocht.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens het niet volgen van de voorsorteerstrook wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10618594 \ WM VERZ 23-434
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 26 september 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de3 feitcode gewijzigd en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 september 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat hij de voertuigen aan de linkerzijde inhaalde en vervolgens rechtdoor is gereden. Tevens stelt betrokkene dat hij het er niet mee eens is dat de officier van justitie de feitcode heeft gewijzigd omdat betrokkene nooit de intentie had om linksaf te slaan en uit eigen veiligheid moest uitwijken waardoor hij op de rijbaan voor linksaf kwam.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier, met name uit de foto’s van de gedraging, voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is begaan. Op grond van de WAHV heeft de officier van justitie de mogelijkheid de gegevens in een beschikking te wijzigen.
Op grond van artikel 78 RVV1990 zijn bestuurders van een motorvoertuig en bromfietsers die de rijbaan volgen, verplicht op een kruispunt de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft. De strekking van dit artikel is het bevorderen van een rustig verkeersbeeld en de verkeersveiligheid. Betrokkene had daarom de vóór de kruising gekozen rijrichting moeten blijven volgen. Dat betrokkene ervoor heeft gekozen een inhaalmanoeuvre te maken vóór het kruispunt, waardoor hij op de andere rijbaan terecht is gekomen en vervolgens weer van rijstrook is gewisseld, dient dan ook voor rekening en risico van betrokkene te blijven, omdat betrokkene de verplichte rijrichting had kunnen en moeten volgen. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Woerdman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: