ECLI:NL:RBNHO:2023:12107

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
26 september 2023
Publicatiedatum
28 november 2023
Zaaknummer
10631538 \ WM VERZ 23-452
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging boete wegens niet-verzekerd houden van bromfiets na schorsing

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een bromfiets. Betrokkene voerde aan dat de scooter niet werd gebruikt en in de schuur stond, en dat de verzekering was stopgezet op advies van verzekeraars totdat de dochter de scooter mocht gebruiken.

De officier van justitie handhaafde de boete, maar de rechtbank stelde vast dat het voertuig op de datum van de overtreding niet verzekerd was, waardoor de boete terecht was opgelegd. Wel nam de rechtbank mee dat betrokkene na de boete het voertuig heeft laten schorsen en dat aannemelijk was dat het voertuig niet op de weg is geweest.

Daarom matigde de rechtbank de boete tot de helft van het oorspronkelijke bedrag en verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond. De officier van justitie moet het teveel betaalde bedrag terugbetalen aan betrokkene.

Uitkomst: De boete wegens het niet verzekeren van de bromfiets is gematigd tot de helft vanwege schorsing en niet-gebruik.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10631538 \ WM VERZ 23-452
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 26 september 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 september 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de scooter niet wordt gebruikt en in de schuur staat. Betrokkene heeft contact gehad met verzekeringsmaatschappijen en er werd geadviseerd om het voertuig te schorsen totdat de dochter van betrokkene op de scooter mag rijden. Na ontvangst van de waarschuwing is de scooter direct geschorst, aldus betrokkene.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter overweegt dat de gedraging vast staat, omdat het voertuig op de genoemde datum inderdaad niet verzekerd is geweest. Dat betekent dat een boete kon worden opgelegd. Het is aan betrokkene om zich op de hoogte te stellen van de verplichtingen die zijn verbonden aan de tenaamstelling van een kenteken, dat betrokkene niet aan deze verplichting heeft voldaan, komt voor haar rekening en risico. De verzekeringsplicht kan door de kentekenhouder slechts worden opgeheven door het motorrijtuig te schorsen.
Gebleken is dat betrokkene, nadat de boete was opgelegd, actie heeft ondernomen en het voertuig per 29 maart 2022 weer heeft laten schorsen. Mede gelet op het feit dat voldoende aannemelijk is dat het voertuig niet op de weg is geweest, ziet de kantonrechter aanleiding om de boete te matigen tot de helft.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van officier van justitie zal worden gewijzigd.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie, in die zin dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 189,50 (met handhaving van de administratiekosten ad € 9,00);
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene teveel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Woerdman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: