De passagiers vorderden compensatie van de vervoerder British Airways Plc wegens een vertraging van meer dan vijf uur op hun vlucht naar Douglas Airport. De vertraging ontstond doordat zij hun aansluitende vlucht op Dulles International Airport misten. De passagiers stelden dat de overstaptijd onvoldoende was en dat de vervoerder zijn zorgplicht had geschonden, mede vanwege de leeftijd van een van hen en de tijd die nodig was voor security checks en douane.
De vervoerder betwistte dit en stelde dat de passagiers voldoende overstaptijd hadden en dat het hun eigen verantwoordelijkheid was om tijdig aan boord te gaan. De vervoerder leverde vluchtgegevens aan waaruit bleek dat de aankomst op Dulles eerder dan gepland was en de aansluitende vlucht met vertraging vertrok.
De kantonrechter oordeelde dat de passagiers onvoldoende hadden gesteld en bewezen dat de overstaptijd onvoldoende was. De enkele stelling dat zij hun best hadden gedaan, was onvoldoende. Ook ontbrak een toelichting op de minimale connectietijd op Dulles. De vervoerder had voldoende aannemelijk gemaakt dat de overstaptijd ruim was. Daarom werd de vordering afgewezen.
De passagiers werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten, vermeerderd met wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.