ECLI:NL:RBNHO:2023:12151

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 september 2023
Publicatiedatum
29 november 2023
Zaaknummer
10579624 \ WM VERZ 23-975
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WAHVArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen boete voor onnodig claxonneren ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het onnodig geven van signalen met het voertuig, in strijd met de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Betrokkene stelde dat hij niet onnodig had getoeterd en vroeg om bewijs, maar verscheen niet op de zitting.

De officier van justitie handhaafde de boete en vroeg de kantonrechter het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter baseerde zich op de verklaring van de verbalisant die stelde dat betrokkene meerdere keren onnodig had getoeterd zonder dat er gevaar of hinder was.

Omdat betrokkene geen concrete feiten aanvoerde om twijfel te zaaien over de juistheid van de waarneming, oordeelde de kantonrechter dat het bewijs voldoende was. De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.

Proceskosten werden niet toegekend. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending, mits de boete hoger is dan €110.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor onnodig claxonneren wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10579624 \ WM VERZ 23-975
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 4 september 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 september 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: signalen geven in een ander geval of op andere manier dan mag.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift kort samengevat aangevoerd dat hij nooit zomaar zou toeteren en dat dus ook zeker op die dag niet heeft gedaan. Betrokkene wil dan ook graag bewijs zien, en wil zonder bewijs niet vals worden beschuldigd. Betrokkene vindt onnodig toeteren asociaal en procedeert desnoods tot de Hoge Raad, want hij kan niet tegen onrecht.
De kantonrechter overweegt als volgt. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, reed achter het voertuig in een onopvallend voertuig. Ik was met handhaving belast en zag en hoorde dat het bovengenoemde voertuig onnodig signalen gaf door meerdere keren te claxonneren. Ik, verbalisant, zag dat er geen gevaar of hinder nabij het voertuig naderde.”
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft geen specifieke feiten of omstandigheden aangevoerd, anders dan het ontkennen van de gedraging, die aanleiding geven om te twijfelen aan de waarneming van de verbalisant. De boete is dan ook terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P.E. Oomens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: