De vader verzocht de rechtbank om de schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling (GI) van 16 juni 2023 gedeeltelijk te laten vervallen. Deze aanwijzing betreft de omgangsregeling en het naleven van haal- en brengtijden zoals vastgesteld in eerdere rechterlijke beschikkingen. De vader wilde onder meer dat de omgangsregeling tijdelijk werd opgeschort en dat de omgang onder begeleiding van de GI of een deskundige plaatsvond, met het oog op lopende onderzoeken.
De rechtbank stelde vast dat de vader bevoegd en ontvankelijk was voor het verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing. De GI had de aanwijzing bevoegd en zorgvuldig gegeven, waarbij de vader in de gelegenheid was gesteld te reageren. De schriftelijke aanwijzing is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en wordt terughoudend getoetst.
De rechtbank oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing niet in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De GI heeft haar beslissing voldoende gemotiveerd en evenredig genomen. De vader hield zich niet aan de voorwaarden, waaronder de omgangstijden, en heeft zich in het weekend dat de minderjarige bij de moeder zou zijn, met haar onttrokken aan de regeling.
Het verzoek van de vader tot gedeeltelijke vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing wordt afgewezen. Het overige verzoek, dat verder ging dan de vervallenverklaring, wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat hierover reeds eerder is beslist. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.