ECLI:NL:RBNHO:2023:12161

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 september 2023
Publicatiedatum
29 november 2023
Zaaknummer
10579795 \ WM VERZ 23-997
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging boete voor vasthouden mobiel apparaat tijdens rijden wegens onvoldoende bewijs

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden. Hij stelde dat het voertuig niet door hem werd bestuurd en dat het voertuig zich op dat moment elders bevond. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting verscheen betrokkene zelf, maar zijn gemachtigde was afwezig. De officier van justitie handhaafde de boete. De kantonrechter oordeelde dat uit het dossier onvoldoende vaststaat dat betrokkene met zijn voertuig de gedraging heeft verricht. Betrokkene voerde consistent aan niet op de locatie te zijn geweest en dat het voertuig niet werd uitgeleend.

De kantonrechter vernietigde daarom de beschikking en de beslissing van de officier van justitie. Het verzoek om vergoeding van proceskosten werd afgewezen omdat de gemachtigde onvoldoende het belang van betrokkene had gediend. De zekerheidstelling wordt terugbetaald aan betrokkene.

Uitkomst: Het beroep tegen de boete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10579795 \ WM VERZ 23-997
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 18 september 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)
gemachtigde : M. Lagas, Appjection BV

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 september 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen, betrokkene zelf is verschenen.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en gemachtigde heeft in het beroepschrift namens betrokkene aangevoerd dat het voertuig van betrokkene ten tijde van de gedraging in Groningen was. De gedraging is niet verricht, mogelijk is sprake van een verschrijving of een gestolen kenteken. Betrokkene was de avond ervoor op stap en is thuisgebracht rond 6.00 uur omdat hij niet meer kon rijden. Er zijn banktransacties van de consumpties in de kroeg. Betrokkene is dan ook niet een uur later weer in de auto gestapt. De vrouw van betrokkene zat in Budapest en het voertuig wordt niet uitgeleend. Betrokkene heeft het beroepschrift nader toegelicht. Betrokkene voert onder andere aan dat hij zich door zijn gemachtigde in de steek gelaten voelt. Hij hoort niets van zijn gemachtigde, en ook is er niemand aanwezig op de zitting. Daar is hij verbaasd over.
De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld. Ook is er een proces-verbaal opgemaakt waarin de ambtenaar verklaart dat hij zag dat betrokkene tijdens het rijden een mobiele telefoon vasthield, en dat betrokkene niet kon worden staande gehouden, omdat de eenheden bezig waren met andere staande houdingen.
De kantonrechter is van oordeel dat aan de hand van de stukken in het dossier niet is vast te stellen dat de betrokkene met zijn voertuig de genoemde gedraging heeft begaan. De betrokkene heeft gedurende de gehele procedure consistent en vasthoudend aangevoerd, dat hij en zijn voertuig niet ter plaatse zijn geweest. De bestuurder van het voertuig is niet staandegehouden.
Gelet op het voorgaande is onvoldoende komen vast te staan dat de gedraging is verricht met het voertuig van betrokkene. Dit heeft tot gevolg dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.
Omdat de inleidende beschikking wordt vernietigd, is vervolgens de vraag aan de orde of termen aanwezig zijn voor toewijzing van het verzoek om de kosten van de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand te vergoeden. De kantonrechter stelt in dit verband het volgende vast. Naar het oordeel van de kantonrechter kan de wijze waarop de gemachtigde in dit geval heeft geprocedeerd niet redelijkerwijs worden geacht het belang van de betrokkene te dienen. Dit belang is gelegen in de vernietiging van de bij de inleidende beschikking opgelegde administratieve sanctie. Het verzoek om proceskostenvergoeding zal dan ook worden afgewezen.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P.E. Oomens, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: