Primeval Stoeterij B.V. kocht in 2017 het dressuurpaard Davinci van Delano Trade B.V. en gaf opdracht tot training en onderhoud met het doel het paard met winst te verkopen. In 2019 werd het paard op een veiling aangeboden, maar niet verkocht. Daarna is de verblijfplaats van het paard onduidelijk gebleven en is het niet teruggekeerd bij Primeval of Delano.
Primeval stelt wanprestatie door Delano en vordert betaling van de koopprijs, wettelijke rente, schadevergoeding en afleggen van rekening en verantwoording. Delano betwist dat haar zorgplicht eindigde bij de veiling en stelt dat Primeval zelf de regie over het paard heeft overgenomen na de veiling.
De rechtbank oordeelt dat Delano ook na de veiling verantwoordelijk bleef voor het paard, omdat partijen geen afspraken hadden gemaakt over het einde van de zorgplicht bij de veiling. Delano krijgt een bewijsopdracht om aan te tonen dat haar verplichtingen eindigden bij de veiling. Indien Delano hierin slaagt, worden de vorderingen van Primeval afgewezen; zo niet, dan worden de vorderingen toegewezen.
De persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder van Delano wordt afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing van een ernstig verwijt. De rechtbank wijst ook de vordering tot schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing. Verder wordt een getuigenverhoor gepland om bewijs te leveren over het einde van de zorgplicht.
De procedure wordt aangehouden en verdere beslissingen volgen na bewijslevering. De uitspraak is gewezen door mr. L.J. Saarloos en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2023.