ECLI:NL:RBNHO:2023:12214
Rechtbank Noord-Holland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruimingsvordering wegens onvoldoende bewijs geen hoofdverblijf in sociale huurwoning
Ymere vordert in kort geding ontruiming van een sociale huurwoning omdat de huurder, [gedaagde], geen hoofdverblijf meer zou hebben in de woning en deze door derden wordt bewoond. Ymere baseert dit op meldingen van omwonenden, huisbezoeken en politiecontroles waar steeds andere personen werden aangetroffen.
[gedaagde] betwist dit en voert aan dat hij wel degelijk zijn hoofdverblijf in de woning heeft, mede onderbouwd met verklaringen van derden en bankafschriften die transacties in de woonplaats aantonen. Hij erkent tijdelijk anderen onderdak te hebben geboden, maar stelt dat hij vaak afwezig is vanwege persoonlijke omstandigheden.
De kantonrechter overweegt dat bij een ontruimingsvordering in kort geding nagenoeg buiten twijfel moet staan dat de huurovereenkomst zal worden ontbonden. Hoewel er serieuze twijfel bestaat over het hoofdverblijf, heeft [gedaagde] een begin van bewijs geleverd dat hij de woning als hoofdverblijf gebruikt. Nader onderzoek is in kort geding niet mogelijk. Daarom wordt de vordering afgewezen. Ymere wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De ontruimingsvordering wordt afgewezen omdat onvoldoende bewijs is dat de huurder zijn hoofdverblijf niet in de woning heeft.