ECLI:NL:RBNHO:2023:12264
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.S. Goedèl
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderbijdrage voor minderjarige na beëindiging relatie ouders
De rechtbank Noord-Holland heeft op 1 december 2023 uitspraak gedaan in een zaak over de vaststelling van een kinderbijdrage. De vrouw verzocht om een bijdrage van €250 per maand voor hun minderjarige kind, terwijl de man stelde slechts €100 per maand te kunnen betalen. De rechtbank stelde vast dat partijen niet in de behoefte van het kind kunnen voorzien en ging uit van werkelijke woonlasten.
De rechtbank hanteerde het Tremarapport voor de berekening van de behoefte en draagkracht. Het netto besteedbaar gezinsinkomen voorafgaand aan de verbreking werd geschat op €4.500 per maand, wat resulteerde in een behoefte van €888 per maand voor het kind. De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op €1.140 per maand, en die van de man op €434 per maand, rekening houdend met zijn woonlasten.
De zorgkorting van 25% werd toegepast vanwege de zorg die de man gemiddeld twee dagen per week heeft. Door een tekort in de gezamenlijke draagkracht werd dit tekort gelijk verdeeld. Uiteindelijk werd de kinderbijdrage van de man vastgesteld op €249 per maand, met ingang van 1 december 2023. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 december 2023 €249 per maand betalen als kinderbijdrage voor het minderjarige kind.