Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
8.Beslissing
9 (negen) maanden.
Rechtbank Noord-Holland
De rechtbank Noord-Holland heeft op 1 december 2023 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen van een hoeveelheid cocaïne op 10 augustus 2023 te Schiphol.
De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding geldig was en dat de officier van justitie ontvankelijk was in de vervolging. Op basis van de bekennende verklaring van verdachte, diverse proces-verbalen en laboratoriumrapporten werd het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen verklaard.
De rechtbank kwalificeerde het bewezenverklaarde als medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet. Verdachte had een organiserende rol als tussenpersoon en begeleidde de koeriers, gaf instructies en regelde vliegtickets.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 9 maanden, passend bij de ernst van het feit en de hoeveelheid cocaïne (1.351,36 gram) die bestemd was voor handel. Verzoeken tot gedeeltelijke voorwaardelijke straf en opheffing van voorlopige hechtenis werden afgewezen. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van invoer van cocaïne.