Op 10 augustus 2023 werd verdachte betrapt op het medeplegen van de invoer van 1351,36 gram cocaïne op Schiphol, waarbij hijzelf 658,88 gram in zijn koffer had. De rechtbank stelde vast dat de verdachte samen met anderen, waaronder zijn vriendin, opzettelijk deze hoeveelheid cocaïne het land binnenbracht.
De rechtbank nam kennis van de verklaring van de verdachte, proces-verbalen van onderzoek en laboratoriumrapporten die de aanwezigheid van cocaïne bevestigden. De verdachte bekende tijdens de terechtzitting, waardoor het bewijs als wettig en overtuigend werd beschouwd.
De strafbaarheid van het feit werd bevestigd, waarbij de rechtbank het medeplegen kwalificeerde als een ernstig strafbaar feit gezien de hoeveelheid en de schadelijke aard van cocaïne. De verdachte had een organiserende rol en nam het initiatief tot de invoer.
De rechtbank volgde de LOVS-richtlijnen voor de strafoplegging en legde een gevangenisstraf van 7 maanden op, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van het feit en de rol van de verdachte. De raadsman had verzocht om een lagere of deels voorwaardelijke straf, maar dit werd afgewezen vanwege het ontbreken van bijzondere omstandigheden.
Tot slot bepaalde de rechtbank dat het in beslag genomen verpakkingsmateriaal en 823,6 gram cocaïne aan het verkeer worden onttrokken. De opgelegde straf wordt verminderd met de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.