Partijen hadden een affectieve relatie die in augustus 2022 eindigde en zijn gezamenlijk eigenaar van een woning die sinds februari 2023 te koop staat. De vrouw verzoekt de rechtbank de man te veroordelen tot medewerking aan de verkoop en levering van de woning, waaronder het toelaten van de makelaar en potentiële kopers, en het vervangen van zijn toestemming bij acceptatie van een bod en overdracht.
De man betwist dit en vordert in reconventie dat hij eerst de mogelijkheid krijgt de woning over te nemen en dat de vrouw onvoorwaardelijk meewerkt aan de overdracht van haar aandeel tegen een vaste prijs. De rechtbank oordeelt dat de man onvoldoende heeft aangetoond op korte termijn financieel in staat te zijn tot overname en dat het verzoek van de vrouw om medewerking spoedeisend is.
De voorzieningenrechter veroordeelt de man tot medewerking aan de verkoop en levering van de woning, legt dwangsommen op bij niet-naleving en bepaalt dat het vonnis in de plaats treedt van zijn toestemming bij verkoop en overdracht. De reconventionele vordering van de man wordt afgewezen. De kosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.