Eisers vorderen in kort geding de ontruiming van een woning vanwege een huurachterstand van ruim zes maanden en onbetaalde energiekosten. Daarnaast wordt betaling van de achterstallige huur, energiekosten, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en een contractuele boete gevorderd. De huurder erkent de achterstand en geeft aan financiële problemen te hebben en hulp te zoeken bij schuldhulpverlening, maar wenst uitstel tot begin januari.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is vanwege de forse huurachterstand en dat met grote waarschijnlijkheid de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden. De huurachterstand en energiekosten worden toegewezen. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met uitstel tot uiterlijk 5 januari 2024, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de huurder.
De gevorderde contractuele boete wordt afgewezen omdat het boetebeding in de huurovereenkomst niet is gemaximeerd en daardoor oneerlijk is volgens Richtlijn 93/13/EEG. De buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente worden toegewezen. De vordering tot machtiging van ontruiming met inzet van sterke arm en ontruimingskosten wordt afgewezen. Proceskosten worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.