ECLI:NL:RBNHO:2023:1258
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voorschot aanvullende werkelijke schade toeslagenaffaire
Verzoekster, gedupeerde van de toeslagenaffaire, heeft een voorschot van € 2.566 toegekend gekregen op een gevraagde aanvullende werkelijke schadevergoeding van € 26.400. Zij verzocht de voorzieningenrechter om het volledige bedrag als voorlopige voorziening toe te kennen vanwege haar penibele financiële situatie en dreigende afsluiting van nutsvoorzieningen en huisuitzetting.
De voorzieningenrechter erkent de financiële problemen van verzoekster, maar oordeelt dat onvoldoende is onderbouwd dat sprake is van een spoedeisend belang dat het wachten op de beslissing op bezwaar onaanvaardbaar maakt. De voorschotbeschikking is gebaseerd op een voorzichtige schatting en niet evident onrechtmatig.
De rechtbank stelt dat verzoekster onvoldoende heeft aangetoond dat zij redelijkerwijs aanspraak kan maken op een hoger voorschotbedrag dan reeds toegekend. Ook ontbreekt voldoende bewijs voor dreigende onomkeerbare situaties zoals afsluiting van energie of huisuitzetting.
Daarom wordt het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten of vergoeding van griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening voor het volledige voorschotbedrag wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van spoedeisend belang.