Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 november 2023 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil8. In geschil is of de conserverende aanslag terecht is opgelegd. Meer specifiek is in geschil of de emigratie van eiseres leidt tot een fictieve vervreemding van het aanmerkelijk belang in de zin van artikel 4.16, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Wet IB 2001. Tevens is in geschil of verweerder in strijd heeft gehandeld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
belastingplichtigen).
worden genomen als bedoeld in hoofdstuk 4A van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 kunnen kiezen voor toepassing van de regels van de hoofdstukken 4 en 5 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zoals die volgens hoofdstuk 7 van die wet gelden voor buitenlandse belastingplichtigen (partieel buitenlandse belastingplicht). (…)”
(…)
.2013, 25663). Eiseres kwalificeerde volgens verweerder tot het moment van remigratie als een binnenlandse belastingplichtige en als inwoner van Nederland voor verdragstoepassing. Ten gevolge van haar emigratie hield haar binnenlandse belastingplicht op en deed zich daarom de situatie als beschreven in artikel 4.16, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Wet IB 2001 voor, aldus verweerder.
Beslissing
bezwaar;
mr. J.M. Kempers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 november 2023.