ECLI:NL:RBNHO:2023:12721
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring huurachterstand bedrijfsruimte
Eiser vorderde betaling van een huurachterstand van €18.601,26 van gedaagde, die een bedrijfsruimte huurde. De huurovereenkomst was beëindigd per 1 april 2004, met ontbinding bevestigd per 1 september 2004. Gedaagde betwistte de vordering, voerde verjaring aan en stelde dat eiser niet rechthebbende was.
De kantonrechter oordeelde dat het niet nodig was te bepalen wie de rechthebbende was, omdat de vordering in elk geval verjaard was. De verjaringstermijn van vijf jaar na opeisbaarheid was verstreken, en eiser had onvoldoende bewijs geleverd van stuiting van verjaring door aanmaningen of betalingen. Eiser had bovendien te laat bewijs willen aanleveren.
Daarom wees de kantonrechter de vordering af en veroordeelde eiser tot betaling van de proceskosten van €792,00, vermeerderd met wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vordering tot betaling huurachterstand wordt afgewezen wegens verjaring.