Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 22 november 2023 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., te [vestigingsplaats] , eiseres
Procesverloop
Feiten
Geschil
Inhoudelijk betoogt eiseres dat artikel 173, derde lid, van het DWU de ruimte biedt om de persoon van de aangever te wijzigen, zodanig dat niet [bedrijf 1] maar [bedrijf 3] de aangever is. Verweerder neemt een veel te beperkt standpunt in. Uit het Pfeifer & Langen-arrest van het Hof van Justitie (arrest van 16 juli 2020, C-97/19, ECLI:EU:C:2020:574) blijkt dat alle gegevens in een aangifte kunnen worden gewijzigd en uit het Guidance document van de Commissie blijkt niet dat de Commissie artikel 173 van Pro het DWU beduidend beperkter uitlegt dan artikel 78 van Pro het CDW. In het Guidance document wordt over de toepassing van artikel 173, derde lid, van het DWU, een vergelijkbaar geval beschreven waarin wijziging wordt toegestaan. Zelfs in het gepubliceerde beleid van de Nederlandse douane in het Handboek Douane staat dat een EORI-nummer kan worden gewijzigd. Verweerder heeft in andere zaken ruimer beslist. Het Zes Zollner-arrest van het Hof van Justitie (arrest van 8 juni 2023, C-640/21, ECLI:EU:C:2023:457) is niet relevant omdat het daar ging om het toevoegen van goederen aan een aangifte. De beoogde douaneschuldenaar is [bedrijf 3] , dat vindt [bedrijf 3] zelf ook, en de omstandigheid dat inmiddels geen utb meer uitgereikt zou kunnen worden aan [bedrijf 3] mag niet voor rekening van eiseres komen.
Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep en inwilliging van het verzoek om wijziging van de aangifte. Daarnaast verzoekt eiseres om vergoeding van de proceskosten en een vergoeding voor de door haar geleden immateriële schade.
Procedureel heeft verweerder ter zitting verzocht om toepassing van artikel 7:1a van de Awb, zodat het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om wijziging van de aangifte wordt aangemerkt als rechtstreeks beroep. Verder meent verweerder dat met het ambtshalve intrekken van de utb aan [bedrijf 1] het onderhavige beroep zijn belang heeft verloren. Ook voor zover het beroep ziet op het verzoek om wijziging van de aangifte heeft het zijn belang verloren, omdat in de procedure over de utb aan eiseres (HAA 22/1026) ook de mogelijkheid van wijziging van de aangifte in geschil is. Verweerder concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring wegens het ontbreken van een processueel belang. Inhoudelijk stelt verweerder zich op het standpunt dat wijziging van de aangifte op grond van artikel 173, derde lid, van het DWU, niet een wijziging van de persoon van de aangever kan inhouden.
Beoordeling door de rechtbank
Het verzoek tot wijziging is ingediend op briefpapier van eiseres en ondertekend door eiseres, en als volgt geformuleerd: