ECLI:NL:RBNHO:2023:12832
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M.C. Schipper
- P.H. Lauryssen
- drs. C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van uitnodiging tot betaling voor invoerrechten en btw bij invoer door directe vertegenwoordiger
Eiseres, een bedrijf dat optrad als directe vertegenwoordiger van een ander bedrijf bij de invoer van gekoeld rundvlees, maakte bezwaar tegen een uitnodiging tot betaling (utb) van invoerrechten en btw die door de douane aan haar was opgelegd. De utb was gebaseerd op het standpunt dat eiseres niet bevoegd was om als directe vertegenwoordiger op te treden en daarom zelf als aangever en schuldenaar moest worden beschouwd.
Eiseres had verzocht de aangifte te wijzigen zodat een ander bedrijf als aangever zou worden aangemerkt, wat van belang was voor de opbouw van GATT-rechten. De rechtbank oordeelde dat in de onderhavige procedure geen verzoek tot wijziging van de aangifte was gedaan, zodat zij alleen kon oordelen over het bezwaar tegen de utb zelf.
De rechtbank bevestigde dat eiseres op grond van artikel 19, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie als aangever en douaneschuldenaar moet worden beschouwd. De mededeling in de utb dat de schuld via het maandkrediet was voldaan, is een feitelijke mededeling waartegen geen rechtsmiddel openstaat. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van immateriële schade en proceskosten af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de utb terecht aan eiseres is opgelegd.