Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
3.Beoordeling van het bewijs
endat daardoor de dood is ingetreden.
Op de beelden van omstreeks 13:49 uur is te zien dat de verdachte een slaande beweging maakt richting [het slachtoffer] . Hierbij maakt hij gebruik van een voorwerp. De verdachte zwaait met zijn armen naar achteren en slaat op [het slachtoffer] , waardoor diens lichaam in de stoel beweegt. Hierna buigt de verdachte voorover, kijkt even naar [het slachtoffer] en slaat hem nogmaals met dezelfde beweging. Op de eerstvolgende beelden is te zien dat de verdachte [het slachtoffer] aan zijn benen de carport intrekt, waarbij de stoel wordt meegetrokken.
nietbij de ingang van de carport heeft gestaan. In dat tijdsbestek zou, in het scenario van de verdachte, een ander persoon de carport moeten zijn ingegaan en het slachtoffer ernstig en dodelijk verwond moeten hebben. Een persoon die de verdachte naar eigen zeggen niet bij het slachtoffer heeft gezien of gehoord. Dit scenario acht de rechtbank op geen enkele manier aannemelijk, terwijl concrete aanwijzingen die dit scenario ondersteunen, ontbreken.
de rechtbank begrijpt: de vrouw en jongste kinderen van [het slachtoffer]) dan weer het huis uit moesten en zouden moeten zwerven. Vervolgens heeft hij verklaard dat hij een voorwerp pakte en hem (
de rechtbank begrijpt: [het slachtoffer]) een paar klappen gaf, “bam, zo”.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Beslag
8.Vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
- overlijdensschade, bestaande uit kosten die zijn gemaakt voor de uitvaart en daarmee verband houdende kosten ter hoogte van € 15.105,22.
Ook vorderen zij immateriële schade, bestaande uit:
€ 17.500,00. Het gevorderde bedrag betreft de vergoeding van affectieschade, vastgesteld aan de hand van de standaardbedragen genoemd in het Besluit vergoeding affectieschade.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
14 (veertien) jaren.
€ 35.137,49(zegge: vijfendertigduizend honderdzevenendertig euro en negenenveertig cent), bestaande uit materiële (vermogens)schade en affectieschade.
aan iedervan voornoemde benadeelde partijen van een bedrag van
ieder vanvoornoemde benadeelde partijen van een bedrag van € 20.000,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door maximaal 135 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
aan iedervan voornoemde benadeelde partijen van een bedrag van
€ 17.500,00(zegge: zeventienduizend vijfhonderd euro), bestaande uit affectieschade.
ieder vanvoornoemde benadeelde partijen van een bedrag van € 17.500,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door maximaal 122 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.