ECLI:NL:RBNHO:2023:12851
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen verstekvonnis regresvordering ex-echtgenoten afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing
Partijen zijn ex-echtgenoten die in 2010 zijn gescheiden. De ex-gedaagde vorderde een regresvergoeding en restantverdeling van de huwelijksgoederengemeenschap wegens betaling van gemeenschappelijke schulden na ontbinding.
De kantonrechter oordeelde dat de vordering onder de € 25.000 viel en dat hij bevoegd was. De ex-eiseres stelde verzet in tegen het verstekvonnis en betwistte de vordering inhoudelijk, onder meer over de aard van de levensverzekering, betalingen van belastingschulden en spaarsaldi.
De kantonrechter weigerde aanvullende stukken van de ex-gedaagde die op de zitting werden ingebracht, omdat dit strijdig was met de procesregels. De ex-gedaagde kon daardoor zijn stellingen onvoldoende onderbouwen.
Gelet hierop werd het verzet gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd en de oorspronkelijke vordering alsnog afgewezen. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard, het verstekvonnis vernietigd en de regresvordering afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.