Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
“(…)- Omdat verhuur van de onderhavige unit (het gehuurde) de herontwikkeling in de weg zou kunnen staan, dan wel zou kunnen bemoeilijken/ vertragen etc. is verhuurder niet bereid deze unit op normale wijze conform de wettelijke regeling te verhuren;- Verhuurder en huurder zijn van mening dat huurregime van art. 7:230 BW Pro van toepassing is en detailhandel in het gehuurde is niet toegestaan;
Het verzoek
2. subsidiair: voorwaardelijk, voor het geval de huurovereenkomst moet worden aangemerkt als een huurovereenkomst van 7:290-bedrijfsruimte, de afwijkende bedingen goed te keuren.