ECLI:NL:RBNHO:2023:13061
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen WOZ-waarde woning gemeente Castricum
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in de gemeente Castricum, welke door verweerder is vastgesteld op €699.000 voor het kalenderjaar 2021. De waardepeildatum betrof 1 januari 2020. Eiser vorderde een verlaging van de WOZ-waarde tot €656.000 vanwege onder meer een lagere onderhouds- en kwaliteitsstatus van de woning en een mindere ligging.
Verweerder gebruikte als referentieobjecten twee woningen aan een andere straat in dezelfde gemeente, welke qua type en ligging voldoende vergelijkbaar werden geacht. Hoewel eiser stelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de onderhoudstoestand en ligging, oordeelde de rechtbank dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat deze factoren zijn meegewogen, mede door de vergelijkbare staat van de referentieobjecten.
Verder stelde eiser dat een inspectie ter plaatse noodzakelijk was, maar de rechtbank vond dat verweerder voldoende informatie had om de waarde te bepalen zonder fysieke opname. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat de vastgestelde WOZ-waarde rechtmatig is vastgesteld. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €699.000 wordt ongegrond verklaard.