ECLI:NL:RBNHO:2023:13205

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 november 2023
Publicatiedatum
20 december 2023
Zaaknummer
10722195 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 lid 1 RVV 1990Art. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen administratieve boete voor stilstaan op trottoir ongegrond verklaard

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het stilstaan op het trottoir, wat in strijd is met artikel 10 lid 1 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Betrokkene stelde dat de stoep breder was en dat hij voetgangers niet hinderde, maar dit verweer werd door de rechtbank verworpen. De verklaring van de verbalisant en het dossier toonden voldoende aan dat de gedraging had plaatsgevonden.

De rechtbank oordeelde dat het feit dat het trottoir breder was of dat er geen hinder was voor voetgangers niet afdoet aan het verboden karakter van het stilstaan op het trottoir. De boete is daarom terecht opgelegd en er was geen aanleiding om deze te matigen.

De procedure verliep via een beroep bij de officier van justitie dat ongegrond werd verklaard, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting, de officier van justitie wel. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees op de mogelijkheid van hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken, mits de boete hoger is dan €110.

Uitkomst: Het beroep tegen de administratieve boete voor stilstaan op het trottoir wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10722195 \ WM VERZ 23-616
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 15 november 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve boete (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 november 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpad (niet de rijbaan gebruiken).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de stoep ter plaatse breder is en hij niet “gewoon” op de stoep stond. Voetgangers werden niet gehinderd.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De boete is opgelegd wegens een overtreding van artikel 10 lid 1 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) dat bepaalt:
“Andere bestuurders dan die genoemd in de artikelen 5 tot en met 8, gebruiken de rijbaan.”
De strekking van deze bepaling, gelezen in samenhang met de artikelen 6 tot en met 8 van het RVV 1990, is dat bestuurders een motorvoertuig niet mogen laten stilstaan of parkeren op het trottoir, ook niet als het trottoir ter plaatse breder is, zoals betrokkene betoogt. Het verweer dat betrokkene het overige verkeer niet heeft gehinderd of in gevaar heeft gebracht treft geen doel, nu dit niet afdoet aan het verboden karakter van de gedraging. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: