ECLI:NL:RBNHO:2023:13211

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 november 2023
Publicatiedatum
20 december 2023
Zaaknummer
10722297 WM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 8 WAHVArt. 9 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaard beroep tegen administratieve boete wegens snelheidsovertreding buiten bebouwde kom

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden met 10 km per uur te hard op een weg buiten de bebouwde kom. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting op 15 november 2023 verschenen zowel de gemachtigde van betrokkene als de vertegenwoordiger van de officier van justitie. Betrokkene voerde aan dat de overtreding plaatsvond tijdens een proefrit en dat de potentiële koper verantwoordelijk zou zijn voor de boete. De officier van justitie handhaafde echter de boete.

De kantonrechter oordeelde dat op grond van artikel 5 WAHV Pro de kentekenhouder aansprakelijk is wanneer niet direct is vastgesteld wie de bestuurder was. Betrokkene kon niet aantonen dat hij niet verantwoordelijk was, ondanks het overleggen van een ritrapport proefrit. Ook was er geen sprake van een huurovereenkomst of vrijwaringbewijs die de aansprakelijkheid zou kunnen wijzigen.

De kantonrechter zag geen reden om de boete te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending.

Uitkomst: Het beroep tegen de administratieve boete wegens snelheidsovertreding wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10722297 \ WM VERZ 23-623
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 15 november 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
[gemachtigde]

Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting

Aan betrokkene is een administratieve boete (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 november 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 10 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten bebouwde kom (verkeersbord A1).
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene voert namens betrokkene aan dat er ten tijde van de gedraging sprake was van een proefrit. De potentieel koper is dan ook verantwoordelijk voor de boete.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
Ingevolge artikel 5 van Pro de WAHV wordt de boete opgelegd aan de kentekenhouder indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met een motorvoertuig waarvoor een kenteken is opgegeven en niet aanstonds is vastgesteld wie de bestuurder is. Hiervan is in het onderhavige geval sprake. De kentekenhouder is dan aansprakelijk voor de boete ongeacht de vraag wie het voertuig bestuurde. Dit is op grond van artikel 8 WAHV Pro slechts anders wanneer betrokkene:
  • aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander gebruik is gemaakt van de auto en dat gebruik redelijkerwijze niet heeft kunnen voorkomen;
  • een voor een termijn van maximaal drie maanden, schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorvoertuig was;
  • een vrijwaringbewijs of een verklaring overlegt waaruit blijkt dat hij ten tijde van de gedraging geen eigenaar of houder meer was van het desbetreffende motorvoertuig.
Betrokkene voert aan dat er ten tijde van de gedraging een proefrit werd gemaakt en heeft een “ritrapport proefrit” overgelegd. Dit is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende om een geslaagd beroep te doen op artikel 8 WAHV Pro. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: