ECLI:NL:RBNHO:2023:13380
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning afgewezen wegens voldoende onderbouwing waardebepaling
Eiser is eigenaar van een tussenwoning uit 1987 met een woonoppervlakte van 101 m² en een kavel van 146 m². Verweerder stelde de WOZ-waarde voor 2022 vast op € 427.000 en handhaafde deze na bezwaar. Eiser stelde dat de waarde te hoog was en voerde meerdere bezwaren aan, waaronder onvoldoende inzicht in de gebruikte KOUDV-factoren, objectkenmerken en indexering.
De rechtbank oordeelde dat verweerder op grond van artikel 40 van Pro de Wet WOZ voldoende gegevens, waaronder het taxatieverslag, grondstaffel en waardematrix, aan eiser had verstrekt. De vergelijkingsobjecten waren qua type, grootte en prijsklasse passend en de verschillen waren voldoende meegenomen. De gehanteerde indexering en waarderingsmethodiek werden als redelijk beoordeeld.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser over onduidelijkheden en onvoldoende onderbouwing. Ook het verschil in ligging tussen de woningen werd naar het oordeel van de rechtbank adequaat meegenomen. De voorgestelde lagere waarde van € 398.000 door eiser werd niet onderbouwd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 427.000 wordt ongegrond verklaard.