Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 3.121.875,52en dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
4.Het standpunt van de betrokkene en zijn raadsvrouw
5.De beoordeling van de rechtbank
6.Beslissing
niet-ontvankelijkin de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.